![]() |
Laat jij eigenlijk altijd rabarber liggen omdat je het zo zuur vindt? Probeer dan dit recept eens. |
In dit recept gebruik ik ook aardbeien en mandarijnen. Maar kies gerust voor iets anders zoals appel en sinaasappel, die lenen zich hier ook goed voor. Door het fruit krijgt de rabarber een lekker zoetje zonder dat het ongezond wordt. Rabarber combineert heel goed met fruit wat dat wrange zuurtje laat verdwijnen, zonder er een berg suiker tegenaan te gooien.
Ingrediënten (6 porties)
500 gr rabarber (hoe roder de stelen, hoe zoeter)
75 gr aarbeien
Sap en pulp van 4 kleine mandarijnen
1 eetlepel ahornsiroop
1 theelepel vanille-essence/poeder
1 afgestreken eetlepel Ceylonkaneel
125 gr quinoavlokken
125 gr amandelmeel
125 gr koude kokosolie of roomboter
3 eetlepels kokosrasp
Bereiding
Verwarm de oven tot 180 graden. Snijd de rabarber in dunne schijfjes. Meng met de aardbeistukjes en doe in een ovenschaal. Druk lichtjes aan. Klop het mandarijnsap met de kaneel, ahornsiroop en vanille tot een egaal mengsel. Verdeel gelijkmatig over de rabarber.
Snijd de koude kokosolie of boter in stukjes. Meng met het amandelmeel, quinoavlokken en kokosrasp. Verdeel dit over de rabarber. Zet de schaal voor ongeveer 30 minuten in de oven. Wanneer je met een vork gemakkelijk door de rabarber heen prikt, is hij gaar. Heel lekker met een lepel (kokos)yoghurt.
