| Een favoriet van mij en vergt niet veel tijd. |
Ingrediënten (4 personen)
1 kg iets kruimige aardappel
60 g ongezouten roomboter
30 g tarwebloem
500 ml halfvolle melk
½ theelepel nootmuskaat
4 slofjes witlof
2 eetlepels dijonmosterd
150 g geraspte kaas voor ovengratin
7.5 g verse peterselie
Verwarm de oven voor op 200°C. Schil de aardappelen, snijd in gelijke stukken en kook ze in 20 minuten gaar. Smelt de helft van de boter in een steelpan en voeg de bloem toe. Bak al roerend 3 minuten tot het mengsel lichtbruin begint te kleuren (roux).
Voeg beetje bij beetje 250 ml van de melk toe en breng aan de kook. Kook in 3 minuten al roerend met een garde tot een dikke saus. Voeg de nootmuskaat, wat peper en eventueel zout toe.
Snijd ondertussen de onderkant van de witlofstronken, snijd ze in de lengte doormidden, verwijder de harde kern en eventueel de verkleurde buitenste bladeren. Kook de witlof 3 minuten en giet af.
Giet de aardappelen af en stamp met de mosterd, de rest van de boter en de rest van de melk tot een smeuïge puree. Breng op smaak met peper en eventueel zout.
Verdeel de puree over de ovenschaal. Verdeel het witlof over de puree. Verdeel de saus erover en bestrooi met de geraspte kaas. Bak in ca. 25 minuten goudbruin en gaar in de oven. Snijd de peterselie fijn en strooi over de ovenschotel.