Mijn kind wilde dood

kinddood artikel Zestien was hij, toen hij razendsnel in een diepe depressie belandde.

Mijn mooie, slimme, getalenteerde, grappige zoon. Zijn vader en ik hadden net besloten om uit elkaar te gaan, ik zocht dus al snel de schuld bij mezelf. Want ik was degene die de scheiding in gang had gezet.

Pas jaren later begreep ik dat het hooguit een trigger was, want Sven worstelde naar eigen zeggen al sinds de basisschool met gedachten aan zelfmoord. Na de scheiding gaf hij zich over aan die sombere gedachten en ik trok alles uit de kast om hem overeind te krijgen.

Ook letterlijk, want hij lag vooral op bed. Slapen hielp hem om die gedachten te ontlopen, om niet deel te hoeven nemen aan het leven. ’s Morgens probeerde ik van alles om hem uit bed te krijgen en heel soms lukte dat ook. Veel vaker niet en al snel werd ik meegezogen in een negatieve spiraal. Elk klein stapje dat hij zette, werd met gejuich begroet, waarna hij weer terugviel in de duisternis.

Het zoog me aan alle kanten leeg. Mijn hele leven - en dat van zijn broer, die ook bij mij woonde - draaide om Sven. Zou hij vandaag uit bed komen? Iets eten? Misschien zelfs naar buiten gaan? Hoe krijg ik hem zover?

Ik raadpleegde een diëtiste omdat hij in een paar maanden 30 kilo af was gevallen en nog maar een schim van zichzelf was. Ik belde snikkend de huisarts als ik de wanhoop nabij was, zocht online naar therapie, bracht hem erheen, haalde hem weer op. Een cyclus die zich jarenlang zou blijven herhalen.

Tot ik na zes jaar besefte dat niet ik, maar hij in actie moest komen. Het enige dat ik had bereikt, was dat ik aan het eind van mijn Latijn was en zelf ook aan de rand van de afgrond balanceerde. Ik vond niets meer leuk in mijn leven.

Hobby’s die ik had, hadden al jaren geen aandacht gekregen. Ik durfde het huis nauwelijks uit omdat ik bang was wat ik aan zou treffen als ik weer thuis kwam, want zolang ik thuis bleef, zou ik het wel merken als Sven een poging zou ondernemen om zichzelf van het leven te beroven. Maar ik hield het niet meer vol, zijn hand vasthouden, alles voor hem regelen.

Ik ging met hem het gesprek aan, gelukkig voelde hij dat hij zo ook niet meer verder kwam. Hij ging akkoord met opname op de PAAZ-afdeling, drie dagen later kon hij er al terecht. 
Het was het moeilijkste dat ik ooit heb moeten doen: mijn zieke kind wegsturen. Maar ik kon niet anders. Ik was uitgeput, volkomen leeg. Al na een dag voelde het huis lichter,
alsof er letterlijk een zwarte wolk was opgetrokken. We konden weer ademhalen.

Sven is twee maanden in het ziekenhuis gebleven, daarna kon hij bij zijn vader terecht. Doordat we nu afstand hadden, konden we ons losmaken uit de greep van zorgen en ontzorgen, waarin we elkaar vast hadden gehouden. Hij moest nu zelfstandiger worden, zonder alle vangnetten die ik continu op had gehangen. En dat werkte.

Het gaat nu beter met hem en met mij en zijn broer ook. Hij is volwassener geworden, zoekt nu naar eigen woonruimte, hij werkt en heeft studieplannen. Het begin is er en ook al kan er nog steeds van alles misgaan, ik ben blij dat ik de stap durfde te zetten om hem los te laten. Sommige vogels vliegen vanzelf uit, anderen moet je een zetje geven en hopen dat hij niet te pletter valt. Het lijkt erop dat hij zijn vleugels kan gaan spreiden.

Omdat er nog veel meer ouders moeten zijn met zo’n zwarte wolk in huis, heb ik besloten mijn verhaal op papier te zetten. Daarvoor heb ik een aantal experts geïnterviewd om hun visie erbij te kunnen vermelden, om ouders, broers en zussen van iemand met depressie te helpen. Je vindt hier mijn boek.

Geschreven door: Desiree Tonino

2015 - 2026 Vrouwtotaal