Tena, mijn BFF

tenamia artikel Ja hoor, daar zijn ze weer: Best Friends,
Mevrouw Blaasontsteking en de Man met de Moker.

Het zat al een tijdje niet zo lekker, down under zal ik maar zeggen. Ik had mijn leven op dat specifieke gebied eindelijk weer een beetje onder controle. Ging het katheteriseren eindelijk goed, kon ik de nacht doorslapen in plaats van 3x naar de plee om mijn blaas te lozen. Nu effe niet.

Even een tussendoortje. Ik ben nu ook lid van de groep mensen die regelmatig een grote kartonnen doos, zonder opdruk, ontvangt. Met daarin een grote voorraad Tena’s in diverse varianten. De grote, Tena XXXLLL, zien eruit als luiers en zo voelen ze ook (rot gevoel, zo’n prop watten tussen de benen, maar ja een nat pak is nog vervelender).

Er zijn ook hele dunne. Die zie je altijd op de TV, bij van die slanke dames die van die strakke broeken dragen en dat je dan niets ziet en dat ze dan huppelend door het leven gaan. Ik heb ook van die gewone dunne Tena’s. Ik ben alleen geen slanke dame en ik huppel niet door het leven. Huppelen kan ik niet meer. Gewoon lopen achter een rollator kost me al genoeg moeite.

Tena is dus mijn BFF, want zonder haar ga ik deur niet uit. Ik ben sinds de terugval begin dit jaar incontinenterder geworden. En recent, sinds een week of twee nog incontinenterderder. Overdag is dat niet erg, een beetje lastig.

’s Ochtends sta ik altijd voor twee kasten. Mijn kledingkast en bedenk wat ik die dag aan zal trekken en voor de medische kast (een kast met al mijn medicijnen, vitamines, lege plaspotjes en wat dies meer). In die kast ligt ook mijn voorraad luiers.

Nadat ik mijn kleding gekozen heb, ga ik voor die andere kast staan kies, afhankelijk van mijn dagprogramma (lees: hoe lang ben ik onderweg cq hoe ver ben ik dan bij een wc vandaan). Afhankelijk daarvan kies ik welke Tena mij op dat moment mag vergezellen.

Maar ik dwaal weer af. Het rommelt al een tijdje bij mijn onderkantje. Nu wordt het wat plastisch, medisch, minder gezellig, je mag ook gewoon afhaken. Maar ik moest wel heel vaak plassen, heb continue een drukkend gevoel bij mijn onderbuik en een raar, vaag pijnlijk gevoel.

Katheteriseren ging ook wat lastiger. Erin ging goed, maar daarna wist ik niet hoe snel ik dat ding weer uit mijn urine leider of plasbuis wilde halen. Het doet gewoon pijn. Dit is nieuw voor mij. Helaas noodgedwongen maar even stoppen met die katheters (die liggen overigens ook in de medische kast).

Foute boel dus. Daarom voor de tigste keer plasje ingeleverd bij de huisarts (vandaar dat ik altijd plaspotjes in huis in heb). En ja hoor, daar is ze weer. Mevrouw Blaasontsteking. Nu is Tena mijn BFF, een van de beste vrienden van Mevrouw Blaasontsteking is de Man met de Moker.

Ik ben altijd, als gevolg van MS, al een soort van chronisch moe. Ik heb 10% van de energie die ik vroeger had en daar moet ik het de hele dag mee doen. Nu komt daar de vermoeidheid van de ontsteking bij plus dat ik als gevolg van die blaasontsteking nog vaker (ook ’s nachts) moet plassen. Lekker dan. Heb ik weer.

Alsof dit nog niet genoeg is, heeft mijn ziekenhuis besloten dat ik mijn maandelijkse medicijnkuur (mijn noodzakelijke shotje) voortaan om de zes weken krijg in plaats van om de vier weken. Ik ben inmiddels al ruim een week over tijd. Vandaar dat de Man met de Moker extra hard heeft toegeslagen.

Dinsdag aanstaande is de grote dag, dan gaat de vlag uit (niet de omgekeerde, maar de enige echte, want zo hoort het), want dan mag ik weer. Eindelijk. Voor nu lijkt het wel zo’n kraskaart. Ik heb alle vakjes goed:
- Fatigue (MS vermoeidheid).
- Blaasontsteking.
- Vaker plassen en dus slechter slapen.
- Uitstel van mijn broodnodige kuurtje.

Normaal is zo’n volle kraskaart goed nieuws. Nu kan het me gestolen worden. Ik ben total loss. Gevolg van die totale vermoeidheid is dat ik me inmiddels weer 90 voel. Lijf en brein zijn in soort van staking.

Ik wil nog wel dat rondje lopen, maar willen is verre van kunnen. Ik loop in huis als een oud wijf; van de bank naar de keuken is een uitdaging. Ik heb luiers tussen mijn benen en een prop watten in mijn hoofd.

Mijn brein verkeert in een constante fase van ontkenning, geeft niet thuis. Suf, suf, duf, duf. Nu heb ik daar de laatste maanden vaker last van (daarover een andere keer), maar nu nog een graadje erger.

Behalve dit blog heb ik in de achterliggende twee weken weinig zinnigs kunnen bedenken en doen en ga van een soort van blunder naar blunder. Omdat ik toch hoop wil houden, hoop ik dat de antibiotica zijn werk zal gaan doen, dat katheteriseren weer zal lukken, dat ik na dinsdag weer een beetje energie krijg en dat de Man met de Moker een enkeltje richting de maan neemt vergezeld van Mevrouw Blaasontsteking.

Voor nu ga ik maar weer eens plassen en dan: zoals Mijnheer de Uil het zegt: snaveltjes dicht en oogjes toe.

2015 - 2026 Vrouwtotaal