![]() |
In mijn jeugd waren er nog (relatief) weinig mensen van kleur in Amsterdam. |
Als puber kon ik me niet vrij bewegen in winkels. Het gebeurde namelijk nogal eens dat andere winkelbezoekers opkeken als ik geïnteresseerd was in de koopwaren het schap naast hen en dan vlug hun handtas buiten mijn bereik hingen.
Dat kwam zo vaak voor, dat het me begon op te vallen; gezien te worden als potentiële dief. In die tijd was ik nog een van de (relatief) weinige mensen van kleur in Amsterdam. Ik werd ook uitgescholden voor bruine poepchinees, vieze zwarte en black beauty. Dat laatste werd op dusdanige toon gezegd, dat het volkomen duidelijk was dat ik hier géén compliment kreeg.
Later kwam het ook voor dat hotels aangaven dat ze vol waren. Maar als mijn toenmalige blonde vriend in hetzelfde hotel om een kamer vroeg, bleek er wel een beschikbaar te zijn.
Nog weer later, veel later, besloot ik mijn intuïtie te ontwikkelen via een opleiding. Daar vond een van de deelnemers het wel grappig om me zwarte piet te noemen. Het was sinterklaastijd. Toen ik aangaf dat ik het alles behalve grappig vond, had ik lange tenen. Het was immers niet flauw bedoeld.
Tijdens het introductieweekend van de coachopleiding die ik volgde - ook lang geleden - stelde de groepscoach de vraag wat ons zoal opviel aan de groep (aanstaande) coaches. Een deelneemster zei dat er weinig mannen in de groep zaten. Instemmend geknik.
Ik zei: iedereen, behalve ik, is wit. De witte coaches-in-de-leer tuimelden over elkaar heen van verontwaardiging. Mijn observatie werd duidelijk niet gewaardeerd, alsof ik ze voor racisten had uitgemaakt.
Dit is maar een kleine greep uit mijn avonturen als gekleurde vrouw in een overwegend witte omgeving. Dat ze me hebben gevormd, is zonneklaar.
