![]() |
Ik zwem al mijn hele leven. Vroeger eindeloos in de Vinkeveense plassen. |
Toen we in Badhoevedorp woonden was het zwembad op de hoek van de straat. Eenmaal in Mijdrecht wonende, zwom ik mee met een trim-zwem-club.
Dat trimzwemmen deed in het begin van mijn MS-carrière, zo’n 15 jaar geleden.
Ik werd ingedeeld bij ‘de langzamen’, maar die bleken al snel te snel voor mij. Ik merkte wel dat het zwemmen me steeds slechter afging. Voor de diagnose snapte ik daar niets van. Ik, die snelle zwemster, die steeds langzamer ging zwemmen. Die steeds vermoeider het zwembad uit kwam. Hoe dan?
Na de diagnose wist ik wat de oorzaak was. Benen die niet doen wat ik wil. Heel raar. Bij de borstcrawl sleepten mijn benen zomaar een beetje achter mijn lijf aan.
Ze wisten niet meer hoe ze de borstcrawl-beweging moesten maken. Ik bleef puur op armkracht drijven.
De schoolslag ging beter, maar daarbij verkrampte er bij ieder baantje steeds meer lichaamsdelen. Eerst mijn voeten, dan mijn heupen, dan mijn onderbenen. Alsof er bij ieder baantje een loodflap bijkwam. Lekker dan.
Ik had in die tijd een leuk badpak. Van achter iets lager uitgesneden dan van voren. Ik ben sinds MS nogal onhandig geworden. Ben het overzicht vaak kwijt. Zo kon het gebeuren dat ik op een dag merkte dat, toen ik de borstcrawl in wilde zetten, ik het gevoel had dat mijn borsten er bijna uitwipten en het leek alsof ik een soort van string aan had.
Het kwartje was nog niet gevallen. Dan maar met de ‘tut-dames’ meezwemmen. ‘Tut-dames’(nu ben ik er zelf een) waren vrouwen die met z’n drieën naast elkaar tergend langzaam de schoolslag zwemmend een hele baan bezet hielden.
Tetterdetetterdetet, hoofd boven water, want stel je dat de keurig gekapte haartjes nat zouden worden. Maar goed, teneinde de boel van boven en van onder in bedwang te houden, kon ik niet anders dan op deze sullige manier toch mijn baantjes te zwemmen.
Pas toen ik uit het zwembad stapte, de boel van boven en van achter een beetje bedekt probeerde te houden, snapte ik het: ik had mijn badpak achterstevoren aan. Hoe suf kun je zijn. Maar zwemmen bleef ik doen. Ik was er toch ooit zo goed in. Dat ik na ’n half uurtje zwemmen twee dagen bij moest komen, nam ik voor lief.
We hebben als MS-fysiogroepje nog gezwommen onder leiding van een fysiotherapeut. Het was het uurtje zwemmen voor ouderen. Wij waren de ‘jonkies’. Al snel begon er bij mij weer van alles te tintelen en te verkrampen.
Ik was een van de jongsten en had de meeste beperkingen, dat is even slikken. Omdat het zwemmen me meer energie kostte dan dat het me opleverde, toch maar gestopt. Dat was natuurlijk flink slikken. Iets wat leuk is niet meer kunnen doen, is gewoon niet leuk.
Omdat ik zwemmen toch niet helemaal los kon laten, doe ik sinds kort mee met hydrotherapie, wederom zwemmen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Ik ben soms behoorlijk Oost-Indisch doof. Ik bedoel qua geheugen een soort van struisvogel. Ik dacht, ik doe net alsof de klachten die ik had toen ik nog zwom, er niet meer zijn. Gewoon weg, ofzo.
Ik vond het enerzijds heerlijk om weer te kunnen zwemmen, heb speciaal hiervoor weer een soort van wedstrijdbadpak aangeschaft. Maar wat ik verdrongen had,
was dat er bij het zwemmen direct weer alles gaat tintelen en verkrampen. O ja, daarom was ik toen mee gestopt.
Maar toch doorgezet. Goede trainster, leuke groep. Allemaal vrouwen die ook niet meer mee kunnen komen met het ‘gewone’ baantjes zwemmen, zelfs niet met de
‘tut-dames’. We doen allerlei oefeningen. Ik ben de jongste van het stel, met wederom de minste energie en de meeste beperkingen.
Maar het grote voordeel van sporten in het water is dat ik, als ik weer eens mijn evenwicht verlies, een zachte landing maak. Ik ga op mijn Redbull Racing driewieler naar het zwembad. Buitenlucht en bewegen. Wat wil een mens nog meer.
We krijgen als groepje speciale, grotere, kleedhokjes toegewezen, maar daar was ik snel klaar mee. Wat een gedoe. Hoe krijg je in hemelsnaam beide deurtjes dicht.
En dan alle kleding, etc in een kluisje.
Na het zwemmen alles weer uit het kluisje, weer gehannes met die deurtjes. Ik schreef het al, ik ben nogal onhandig. Maar niet getreurd, ik maak wederom, meestal als enige, gebruik van de schapenkooi/het schapenhok. Lekker alle ruimte, alleen mijn tasje gaat in een kluisje.
Maandag jl. was het weer zwemdag. Pfff, wat een dag. Mega slecht geslapen en veel pijn in mijn benen. Doodmoe opstaan. Wat in huis gerommeld en om 12.00 uur naar mijn fysio/zwemuurtje gegaan.
Onderweg (met mijn driewieler) en tijdens het zwemmen meer last van mijn ogen (dubbelzien). Ik was bij het omkleden aan het hannesen met mijn badpak. Hoe ging dat ook al weer.
Bij het zwemmen toch weer teveel gedaan. Ik ben dus de jongste van het groepje en wil dan toch niet onderdoen voor de rest (ik weet, dit is onzin, maar toch). Kom ik er halverwege de les achter dat ik deze keer nee, niet als enige een bloemetjesbadpak aan had en nee mijn badpak niet achterstevoren aanhad, maar mijn badpak
(een echt wedstrijdbadpak) binnenstebuiten aangetrokken had. Zo met het labeltje achterop mijn kont. Suf, suf, suf.
Eenmaal thuis was ik total loss. Alles tintelt, slappe benen. Eind van de middag ontdekte ik dat ik die ochtend mijn ‘ochtend-Fampyra pil’ vergeten was. Jullie weten het vast nog wel: Fampyra, de looppil, het wonderpilletje.
Ik kan dus echt niet zonder. Typisch een gevalletje met het verkeerde been uit bed stappen. Maandag de 29e was eigenlijk vrijdag de 13e. Morgen nieuwe dag,
nieuwe kansen. Met als enig voordeel dat ik nu een reserve Fampyra pil heb voor het geval dat ik morgenmiddag instort.
Maar ook met het voornemen om voortaan beter op mijn eigen grenzen te letten. Ik vergeet te vaak dat willen niet gelijk is aan kunnen. En dat kunnen niet gelijk aan balans houden.
Ik maak vaak de fout dat ik aanneem dat mensen die ouder zijn om die reden minder kunnen dan dat ik dat kan. Met andere woorden, dat ik zou moeten kunnen wat iedere 65-plusser ook kan.
Het tegendeel is meestal waar. De wil is er, maar het lijf heeft daar geen boodschap aan. De 65-plusser heeft meestal een redelijk gezond lijf. Ik niet. Ik schrok, toen ik deze blog schreef, van de achteruitgang.
Daar waar ik 15 jaar geleden in een bloemetjesbadpak nog mee kon doen met een actieve ‘trim-zwem-club’, kan ik nu, zelfs in een wedstrijdbadpak, niet meer met alles meedoen in een aangepaste les. Een les speciaal voor mensen voor wie ‘gewoon’ zwemmen te zwaar is. Dus zelfs die aangepaste les is voor mij als ‘jonkie’ soms te zwaar.
Ik steek dus wederom mijn kop in het zand. Een struisvogel is niet voor niets een van mijn lievelingsdieren. Accepteren daar waar ik nu ben, is loslaten van dat wat was. Auw! Maandag ga ik weer zwemmen. Maar eerst thuis droog oefenen met het aantrekken van mijn badpak.
