![]() |
Een kort verhaal uit het alledaagse Amsterdamse leven van weleer. |
'Ik ben van goud', zei mijn moeder regelmatig. Ze begon ooit als zilver. Dat komt door een chique dame die bij ons op bezoek kwam. We woonden in een halve woning, twee hoog achter in de Pijp en de vrouw vroeg: 'Waar slapen jullie? Hebben jullie nog een verdieping hierboven'?
'U zit op de slaapkamer', zei mijn moeder trots en ze wees op de uitklapbank. Even later vroeg de dame over een lepeltje bij de koffie: 'Is dat zilver'? 'Nee, zei mijn moeder,
zilveren lepeltjes heb ik niet nodig'.
Die van de Hema doen precies het zelfde als zilveren. Ik ben zelf van zilver'! De dame was van slag en stapte snel op. Mijn moeder lachte triomfantelijk. Ik was nog heel klein en bewonderde mijn moeder enorm. Later bevorderde ze zichzelf
Toen ik volwassen was, stelde ik haar voor aan een collega. Ze ging recht voor haar zitten en keek haar diep in de ogen. 'Ik ben van goud', zei mijn moeder. 'Ik ben een koningin'!
Mijn collega trok wit weg en mijn moeder vertelde haar met verve over alle goede dingen die ze in haar leven had gedaan.
Over het redden van mensen die zelfmoord wilden plegen, die ze steevast op bankjes in het Sarphatipark tegenkwam. Ma zei dan: 'Als u zelfmoord pleegt, kijk ik u nooit meer aan'.
En: 'Ik heb de oorlog meegemaakt en mijn vader is vergast en dertig andere familieleden ook en toch geniet ik van het leven. Als ik het kan dan kunt u het ook! Haal een bos bloemen of maak een reisje'.
Af en toe kwam ze nog wel eens iemand tegen die zei: 'Door uw woorden haalde u me eruit'.
Bron
