camper artikel De camper stelt je in staat een groter gebied te verkennen met je huis comfortabel bij de hand.

Met onderstaande praktische tips word je campervakantie zeker een succes!

1. Vlucht en eerste overnachting
Vlieg je naar een ander land voor je camperreis? Neem indien mogelijk een directe vlucht naar de plaats waar je de camper huurt, plus een overnachting in een airporthotel om fit en uitgerust in je camper te stappen. Vaak verplicht de camperverhuurder een overnachting alvorens je de camper kunt ophalen.

2. Kompas
Neem een kompasje mee. Als wegen met een windrichting worden aangeduid, is het wel zo handig als je weet waar het noorden is. Houd er rekening mee dat je soms eerst een eindje in een andere richting moet om uiteindelijk de goede kant op te kunnen gaan. Een thermometer is ook handig. Er zijn mini-thermometers met zowel Celsius als Fahrenheit en gecombineerd met kompas te koop.

3. Slaapzak
Neem van huis je eigen slaapzak en/of katoenen beddengoed mee of koop het de eerste dag van je reis, dan weet je waar je in slaapt.

4. Afstand en tijd
Wil je een flinke afstand afleggen tijdens je camperreis, vergis je dan niet in de tijd die dit kan gaan kosten. Huur de camper voor ruim voldoende dagen of weken.
Rijd niet meer dan gemiddeld 250 km/150 mijl per dag.

Hiermee ben je drie tot vier uur onderweg en dat is een mooi gemiddelde. Af en toe een lange reisdag is een optie, maar kies dan voor de snelweg en rijd niet meer dan 650 km/400 mijl.

5. Tanken
Tank tijdig, zeker als je naar afgelegen gebieden gaat. Met een tank van 200 liter/55 gallons (een gallon is 3,79 liter) rijd je ruim 800 kilometer (een camper verbruikt ongeveer 1 liter op 4 kilometer).

6. Camperafmetingen
De lengte, hoogte en breedte van een camper wijken nogal af van een standaardauto. De airco op het dak maakt je camper vaak te hoog voor overkappingen bij tankstations en McDrives.

Wees ook alert op uitstekende en overhangende takken, bermafscheidingen en parkeerpaaltjes. Maak een handig waarschuwingsbriefje met de hoogte, breedte en lengte van de camper (ook in inches!) en plak dat op het dashboard.

7. Dagplanning
Las enkele rustdagen in én dagen waarop je een activiteit plant, zoals een excursie, stadsbezoek of een wandeling.

8. Campings
Zoek bijtijds een camping, liefst bij daglicht en kijk in een kampeergids of de camping het gehele jaar door open is. Zo ja, dan zijn buiten het hoogseizoen de douches en wc’s soms wel gesloten. Vrij kamperen mag niet overal. Let dus op wat de regels van het land zijn en of het staat aangegeven. Met het oog op je veiligheid is vrij kamperen te ontraden.

9. Water en elektriciteit
Water tappen en elektriciteit aansluiten kan bijna overal, behalve soms in nationale parken. Dan ben je voor de verwarming of koeling van de camper afhankelijk van de generator
(let op: niet elke camper heeft een generator!).

Wie veel apparatuur meeneemt zoals camera’s, laptops en telefoons, kan voor problemen komen te staan als er een aantal dagen achtereen geen elektriciteit beschikbaar is. Soms kun je je apparatuur opladen in een restaurant of ook met een generator. Omdat die nogal wat geluid produceert, mag je de generator op veel campings ’s avonds niet gebruiken.

10. Afwassen en wassen
Afwassen in het sanitairgebouw is niet in elk land gebruikelijk. Veel Europese campings hebben voorzieningen, Amerikaanse bijvoorbeeld vaak niet. Daarentegen zijn daar de voorzieningen om een wasje te draaien vaak zeer goed.

11. Tanks
Koop de eerste dag een paar rubberen huishoudhandschoenen om bij het lozen van de vuilwatertanks de handen schoon te houden. Leeg eerst de zwarte tank en daarna de grijze. Op deze manier spoel je de afvoerslang schoon.

Let op dat je bij het vullen van de watertanks de verswaterslang gebruikt. Het water in de tanks van de camper is niet geschikt voor consumptie. Koop daarom de eerste dag in de supermarkt enkele jerrycans met bronwater, voor thee- en koffiewater en voor het bereiden en schoonmaken van voedsel.

12. Afval
Bewaar de plastic tassen of papieren boodschappenzakken van de supermarkt als afvalzakken in je camper.

13. Ovenschaal
Wie oven en/of magnetron wil gebruiken, heeft een ovenschaal nodig. In de supermarkt zijn aluminium wegwerpschalen te koop voor in de oven (niet in de magnetron). Zo hoef je de koekenpan niet te demonteren!

14. Tafelkleed
Neem een tafelkleed mee of koop er een in de supermarkt voor op de picknicktafel op de camping; die zijn niet altijd even schoon.

15. Glazen
De glazen die bij de inventaris worden geleverd breken makkelijk tijdens het rijden. Wikkel de glazen direct in papier en berg ze veilig weg. Koop wat plastic wegwerpglazen om te gebruiken.

16. Inventarislijst
Bekijk voor je vertrek de inventarislijst van je camper (te vinden op de webstite van de verhuurder). Zo kun je handige spullen zoals een schaar, rasp, opener of afwasborstel meenemen of op het boodschappenlijstje zetten voor de eerste dag.

17. Oploskoffie
Zakjes Nederlandse oploskoffie meenemen, is voor de koffieliefhebbers altijd een handig idee.

18. Barbecue
Veel campingplaatsen hebben een vuurplek en een barbecue. Kolen koop je in de supermarkt. Bij benzinestations (goedkoop) en op de campings (duur) zijn zakken brandhout te koop om een lekker kampvuurtje mee te stoken.

19. Etensresten
Laat in een nationaal park nooit etensresten of afval slingeren buiten de camper. Zo voorkom je ongewenst bezoek van (wilde) dieren.

20. Laatste overnachting
Zoek de laatste nacht een camping in de buurt van het verhuurstation zodat je alle tijd hebt om in te pakken en de camper tijdig, schoon en afgetankt in te leveren.

Bron