hemelvaart artikel De laatste jaren die hij mocht leven, had hij mooi zicht op het Vondelpark.

Nadat we mijn vader hadden geïnstalleerd in een zorgcentrum bij de Boelelaan, bleek na een paar maanden dat hij daar weer weg moest. Hij was nog te goed voor dat huis. Wat is te goed als je bijna niets meer ziet, hoort en moeilijk loopt? Er was niets aan te doen.

Ik vond met behulp van een geweldige maatschappelijk werkster al snel een mooie kamer in een chique zorgcentrum bij het Vondelpark. Vijf minuten fietsen van mijn huis dus dat kwam prachtig uit. Toen ik het hoorde ging ik meteen kijken en het zag er zo gezellig uit dat ik een brok in mijn keel kreeg en blij was dat het zo liep.

Nog niet zo lang geleden moest je daar aantonen dat je gestudeerd had en cultureel ontwikkeld was om er te mogen wonen. Mijn vader had alleen lagere school en is autodidact. Hij las veel, zijn hobby was fotograferen en hij had een donkere kamer op zolder. Dus cultureel zat ‘t wel goed met hem. Pa nam het gelaten: 'Ach, ik ben wel vaker verhuisd in mijn leven'.

Hij kreeg nu een prachtige kamer en een mooie erker met uitzicht op de Lairessestraat. Mijn vader woonde op stand! Het zeer vriendelijke personeel nodigde me uit om mee te lunchen. Om hem bij de overgang te ondersteunen en voor de gezelligheid at ik mee.

We mochten aan een tafel zitten met z’n tweetjes en de lunch, door een echte kok gekookt, werd geserveerd door een attente heer. Ik hoorde de conversatie aan de andere tafel en die ging de hele maaltijd over het weer. Wel met zeer keurig accent maar voor zo’n gesprek hoef je niet gestudeerd te hebben, dus dat viel mee.

Ineens vielen de tafelmanieren van mijn vader me op. Het was me nooit eerder opgevallen maar in deze sfeer zag ik hoe hij wild met zijn mes door al het eten heen sneed. De scholfilet en de verse worteltjes met aardappelpuree prakte hij nijdig door elkaar.

Toen hij klaar was, legde hij mes en vork gekruist op het bord. Nu zag ik even heel scherp mijn vaders bijna agressieve manier van eten en ik had de neiging hem wat manieren bij te brengen. Ik hield mezelf tegen: Stop Mar, hij is vierennegentig, moet hij nu nog even snel tafelmanieren leren? Als ie maar van het eten geniet.

Ik dacht aan mijn moeder. Die wist ook niets van tafelmanieren en wilde dat ook niet weten. Ik hoorde in gedachte haar tirade: 'Tafelmanieren? Hoe je je mes vast moet houden? Als daar de waarde van de mens in zit... nou dan kan ik ze wel eens vertellen dat hoe je van binnen bent en hoe je in het leven staat veel belangrijker is.

Ze zullen je als je dood bent niet vragen hoe je tafelmanieren waren. Ze zullen vragen of je vriendelijk was en of je iets voor de mensen gedaan hebt'. En ze had natuurlijk groot gelijk.

Hij woonde er nog een jaar met plezier met veel ritjes in de rolstoel naar het Vondelpark. Al een paar keer die week vroeg hij me: 'Wie zijn die mensen in de kamer'? Ik zag niemand en: 'Wie is die man die achter me staat'? Er stond niemand. Uiteindelijk zag hij een gat in de muur waar het Licht doorheen kwam. We zaten hand in hand toen hij vertrok.